Alle vacatures

“Ze keken naar mij als mens”

Een onverwachte kennismaking

Hugo van de Haar werkt als verpleegkundige bij Schavenweide in Doetinchem, een van de locaties van Markenheem. Daar begon hij ooit als stagiair en weekendhulp. Niet met een strak uitgestippeld plan, maar met een zoektocht die hem uiteindelijk precies bracht waar hij nu wil zijn.

“Op de middelbare school zat ik in de vijfde klas van havo/vwo. Ik was zeventien en nog leerplichtig, maar ik had er eigenlijk geen zin meer in”, vertelt Hugo. “Ik ben een beetje van hot naar her gehopt, zeg maar.” Toen kwam corona. Via zijn nicht, die door de sluiting van de horeca weer tijd kreeg voor ander werk, kwam Hugo in contact met de ouderenzorg.

“Mijn nicht werkte voor verschillende ouderenzorginstellingen. Ze ging bij ouderen thuis langs en speelde een spelletje met hen om gezelschap te bieden. Ze nam mij ook mee”, herinnert Hugo zich. “Bij De Bleijke ontmoette ik een verpleegkundige genaamd Rob. Hij was zo goed in de omgang met mensen en daarnaast heel kundig. Toen dacht ik: dat wil ik ook worden.”

“Bij De Bleijke ontmoette ik een verpleegkundige en wist ik meteen: dat wil ik ook worden.”

Opleiding tijdens corona

Niet veel later koos Hugo voor de opleiding Verpleegkunde. “Ik zei: ‘dit wil ik gaan doen’. Mijn docent vond waarschijnlijk dat dit goed bij mij paste, want ze antwoordde: ‘dan gaan we dat nú doen.’” Zijn opleiding startte in coronatijd. “We waren een coronaklas. Onze stage en de lessen zagen er anders uit dan voorheen.” Toch vond Hugo zijn weg al snel tijdens zijn stage bij Markenheem. 

Een eerste stage liep hij bij Schavenweide, op de afdeling Eerstelijnsverblijf (ELV). Later werkte hij in de weekenden als helpende plus. “Dat mag na het tweede jaar, als je medisch rekenen hebt afgerond. In mijn vierde jaar kwam ik terug op de ELV om mijn examenjaar te doen. Ik begon daar en ik eindigde daar ook. Succesvol.”

Hugo verpleegkundige
Als verpleegkundige begeleid je bewoners en hun familie, geef je uitleg en ben je er wanneer het erop aankomt.

“Je hoeft hier niet te doen alsof het goed gaat”

Tijdens zijn stage leerde Hugo veel over het vak. Minstens zo belangrijk waren de mensen om hem heen. Zijn eerste begeleider viel uit en collega’s vingen hem op. “Er waren mensen die mij al snel onder hun vleugel namen en die iets in mij zagen. Ze vroegen: ‘wat heb je nodig van ons en welke handvatten kunnen we je geven?’”

“Zij zag iets in mij”

Vooral Cindy, destijds palliatief verpleegkundige bij Markenheem, speelde een grote rol. “Zij heeft mijn opleiding gered. Zij zag iets in mij.” Wat haar begeleiding voor Hugo bijzonder maakte, zat niet alleen in praktische uitleg of vakinhoudelijke feedback. Het zat vooral in de aandacht. “Er is niet altijd tijd om een half uur samen te zitten en te vertellen hoe het met je gaat, maar zij koos ervoor om mij wel steeds apart te nemen. Daardoor kon ik altijd mijn ei kwijt en dat is voor mij heel belangrijk.”

Hugo leerde bij Markenheem dat je jezelf niet hoeft weg te cijferen om goede zorg te geven. “Ik had geleerd dat je, als je bij een cliënt naar binnen gaat, moet doen alsof het goed gaat. Maar hier leerde ik: zeg het als er iets mis is. Dan kunnen ze je helpen.” Die openheid maakte veel verschil. “Niemand heeft ooit tegen mij gezegd: ‘Hugo, stel je niet zo aan.’ Dat gevoel heb ik hier nooit gehad.”

Medische zorg bieden én aanvoelen wat iemand nodig heeft: juist die combinatie maakt het vak zo waardevol.

Wat je niet uit een boek leert

Hugo noemt ouderenzorg mooi, maar ook eerlijk en intensief werk. Juist daarin groeide hij het meest. “Prioriteiten stellen, dat hebben ze mij echt moeten leren. Wat is belangrijk en wat kan later?” Ook leerde hij omgaan met moeilijke gesprekken. “Slecht nieuws brengen leer je niet uit een boek. Op een ELV-afdeling heb je ook met terminale mensen te maken. Je moet soms iemand bellen en vertellen dat zijn moeder is overleden. Dan moet je kort en duidelijk zijn. Dat leer je door het te doen.”

Volgens Hugo hebben collega’s en leidinggevenden goed in de gaten hoe zwaar het werk soms kan zijn. “Ze zien het meteen als er iets speelt. Bijvoorbeeld als je thuis zorgen hebt om je eigen oma en je op je werk een pomp moet aanzetten bij een terminale bewoner.” Ook over zijn leidinggevenden spreekt hij met waardering. “Als je om half drie ’s nachts belt, staan ze een half uur later op locatie. Dat zegt wel iets.”

Wat je voor een ander kunt betekenen

Het werk veranderde ook zijn kijk op de dood. “Je doet soms heftige dingen, zoals een overledene verzorgen. Doordat dit hier normaal is, ben ik er anders naar gaan kijken. Je leert relativeren en gaat naar huis met een leeg hoofd.” Tegelijk vindt Hugo juist die begeleiding van bewoners en familie één van de mooiste kanten van zijn vak. “Familie uitleggen wat er gaat gebeuren als ik een pomp aansluit, mensen aanvoelen en jezelf de vraag stellen: ‘wie heb ik voor me zitten en waar kan ik ondersteunen?’. Dat vind ik het mooiste aan mijn werk. De zorg voor de bewoner, maar ook wat je voor de familie kunt betekenen.”

Hugo: “Ik leerde bij Markenheem dat je jezelf niet hoeft weg te cijferen om goede zorg te geven.”

Van stagiair naar verpleegkundige

Na zijn stage kwam Hugo in dienst bij Markenheem als verpleegkundige. Die stap vond hij mooi, maar ook spannend. Hij ging werken op afdeling B, een somatische zorgafdeling bij Schavenweide waar 23 mensen wonen. “Aan het begin vond ik de overgang van stagiair naar verpleegkundige best moeilijk. Je krijgt ontzettend veel verantwoordelijkheid. Als verpleegkundige werk je niet altijd samen met andere verpleegkundigen. Je wisselt elkaar af.”

Hugo moest opnieuw leren welke rol hij innam. “Ik vond het moeilijk om in te schatten hoe ik mensen moest aanspreken en hoe ik met mijn eigen fouten om moest gaan. Je wilt meteen alles goed doen, omdat je met mensen werkt.” Door de tijd heen ging hij steviger in zijn schoenen staan. “Niet iedereen meer hoeft mij leuk te vinden. Ik ben liever een goede collega dan een goede vriend. Ik moest beseffen dat ik hier ben om te werken.”

“Toen ik begon, vroeg ik me af: wie ben ik? Bij Markenheem vond ik het antwoord.”

Een vak waarin je groeit

Als Hugo terugkijkt op zijn ontwikkeling, ziet hij vooral hoeveel zekerder hij is geworden. “Toen ik begon, dacht ik: ik kan de wereld aan. Maar ik was ook bezig met de vraag: Hugo, wie ben jij eigenlijk?” Bij Markenheem vond hij daar steeds meer antwoord op. “Ik ben er trots op dat ik blijkbaar een zorgmens ben. Iets wat ik de rest van mijn leven kan doen. Dat je op verjaardagen kunt zeggen dat je iets nuttigs doet, zeg maar. Het gevoel dat je bijdraagt.”

Van complexe situaties tot moeilijke gesprekken: iedere werkdag brengt nieuwe ervaringen en kansen om te groeien.

Weten wat je moet doen

Voor studenten die twijfelen over een stage in de ouderenzorg heeft Hugo een duidelijke boodschap. “Je kiest voor een vak waarin veel werk is, met goede vooruitzichten.” Wat hem vooral raakt, is de betekenis van het vak. “Je kunt zoveel betekenen voor mensen en je krijgt zoveel kennis mee. Ook als mijn ouders later ziek worden, weet ik wat ik moet doen. Het is een hele kundige mbo-opleiding.”

“Een mens, niet een poppetje”

Wat Markenheem voor hem de juiste plek maakt, zit volgens Hugo in de combinatie van leren, vertrouwen en persoonlijke aandacht. “Er wordt naar je gekeken als mens, niet als poppetje.”

Bij Schavenweide vond Hugo niet alleen een stageplek. Hij vond collega’s die hem begeleidden, uitdaagden en vertrouwen gaven. En hij vond een vak waarin hij verder wil. “Ik weet waar ik aan begonnen ben. Het is heftig werk, maar dat moet je ook durven doen. Die prikkeling is wat het voor mij vol te houden maakt.”

Verhalen van Markenheem

Bekijk alle verhalen